Nieuwe afspraken over visverkoop zorgen voor onrust in Belgische visserij
3 min gelezen
Lossen aan de vismijn in Nieuwpoort
NIEUWPOORT – Nieuwe afspraken over de verkoop van vis zorgen voor onrust in de Belgische visserijsector. Reders die hun vangst laten veilen in Nieuwpoort, Oostende of Zeebrugge, mogen de vangst van één visreis voortaan niet meer verdelen tussen een Belgische en een buitenlandse visveiling. Wie voor de Belgische afzet kiest, moet de volledige vangst via de betrokken Belgische veilingen laten verkopen.
De nieuwe werkwijze vloeit voort uit een overeenkomst tussen de stedelijke vismijn van Nieuwpoort en de Vlaamse Visveiling, die de visveilingen in Oostende en Zeebrugge exploiteert. Het gaat dus niet om een algemene nieuwe Belgische wet, maar om afspraken rond de afzet van vangsten via de betrokken veilingen.
De Vlaamse Visveiling verdedigt de maatregel. Volgens de organisatie is het belangrijk om voldoende vis in België te houden, onder meer om de Belgische visverwerkende sector van voldoende aanvoer te voorzien. De veiling vreest dat zonder voldoende binnenlandse aanvoer op termijn een sterke Belgische afzetmarkt verloren kan gaan.
Reders vrezen inkomstenverlies
De Belgian Fisheries Producers Organisation (BFPO), de vroegere Rederscentrale, is niet akkoord met de nieuwe afspraak. De organisatie vreest dat reders inkomsten kunnen mislopen omdat zij minder flexibel kunnen inspelen op prijsverschillen tussen verschillende markten.
De prijs van vis wordt immers bepaald door vraag en aanbod en kan per markt sterk verschillen. Een reder met een gemengde vangst, bijvoorbeeld met tong, schol en andere vissoorten, kan er economisch belang bij hebben om bepaalde soorten in België te verkopen en andere soorten naar een buitenlandse markt te brengen.
Volgens de BFPO is die mogelijkheid belangrijk. De organisatie noemt Spanje als voorbeeld van een markt waar bepaalde vissoorten meer kunnen opbrengen dan in België. Door de nieuwe afspraak verdwijnt die mogelijkheid wanneer een reder voor de Belgische veiling kiest.
De BFPO wil daarom opnieuw met de Vlaamse Visveiling rond de tafel om te bekijken of er een oplossing mogelijk is waarbij reders hun vangst flexibeler over verschillende markten kunnen afzetten.
Bezorgdheid in Nieuwpoort
Vooral in Nieuwpoort bestaat bezorgdheid over de mogelijke economische gevolgen. De gemeenteraad gaf onlangs groen licht voor de nieuwe overeenkomst met de Vlaamse Visveiling. Tegelijk vragen tegenstanders van de regeling om de economische impact ervan zorgvuldig te onderzoeken.
De vrees is dat sommige reders ervoor zouden kunnen kiezen om niet langer in Nieuwpoort te lossen als zij bepaalde vissoorten niet meer afzonderlijk op een buitenlandse markt kunnen aanbieden.
Een eventuele daling van de aanvoer zou niet alleen gevolgen hebben voor de vismijn. Ook activiteiten zoals het lossen van schepen, visverkoop, transport en logistiek kunnen daar indirect door worden geraakt. Het gaat daarbij voorlopig om mogelijke gevolgen; de daadwerkelijke economische impact van de nieuwe afspraak moet nog blijken.
De schaal van de Nieuwpoortse vismijn maakt de bezorgdheid extra relevant. Volgens recente berichtgeving bedraagt de omzet van de vismijn ongeveer 2 miljoen euro, tegenover ruim 70 miljoen euro voor de veilingen van Oostende en Zeebrugge samen.
Vlaamse Visveiling verdedigt keuze
De Vlaamse Visveiling ziet de nieuwe afspraak als een manier om de Belgische visserijsector als geheel te ondersteunen. Volgens de organisatie moet voldoende aanvoer in eigen land ervoor zorgen dat Belgische visverwerkers toegang houden tot vis en dat er een stevige binnenlandse markt blijft bestaan voor Belgische reders.
De organisatie wijst daarnaast op het belang van traceerbaarheid binnen de visserijketen. De Vlaamse Visveiling werkt aan systemen die de traceerbaarheid van vis van de aanvoer tot de verkoop moeten verbeteren.
De BFPO blijft echter van mening dat reders de vrijheid moeten behouden om hun vangst af te zetten op de markt die per vissoort de beste opbrengst biedt.
Daarmee staat de Belgische visserij voor een fundamentele keuze: moet de vangst zoveel mogelijk in eigen land worden verkocht om de Belgische markt en visverwerkende sector te ondersteunen, of moeten reders maximale vrijheid behouden om per vissoort de meest rendabele markt te kiezen?
Vooral in Nieuwpoort wordt gevreesd dat een maatregel die bedoeld is om de Belgische vismarkt te versterken, onbedoeld kan leiden tot minder aanvoer en minder economische activiteit in de haven. Of die vrees werkelijkheid wordt, zal de komende periode moeten blijken.