Ecoloog zet vraagtekens bij wetenschappelijke basis van visserijbeleid
3 min gelezen
Tientallen schepen worden uitgekocht en gesloopt. Foto EMK.
DEN HAAG – De Tweede Kamer krijgt volgens ecoloog Jaap van der Meer geen volledig beeld van de ecologische toestand van de Waddenzee en de Noordzee. Tijdens een hoorzitting in de Kamer uitte de emeritus-hoogleraar van Wageningen Marine Research stevige kritiek op rapporten en beoordelingsmethoden die volgens hem een belangrijke rol spelen bij het visserijbeleid.
Van der Meer, die al tientallen jaren onderzoek doet in het Wadden- en Noordzeegebied, betwijfelt onder meer de veelgehoorde stelling dat de zeebodem door visserij grotendeels is veranderd in een kale en verarmde omgeving. Volgens hem ontbreekt daarvoor een overtuigende wetenschappelijke onderbouwing. Hij stelt dat internationale studies een genuanceerder beeld laten zien van de ecologische toestand van de Nederlandse kustwateren.
Kritiek op meetmethoden
Een belangrijk deel van zijn kritiek richt zich op het rapport Staat van de Waddenzee. Daarin wordt geconcludeerd dat verschillende vissoorten en het bodemleven onder druk staan. Volgens Van der Meer zijn de gebruikte meetmethoden echter niet altijd geschikt om zulke conclusies te trekken. Zo zouden in sommige gevallen uitzonderlijk goede jaren als referentie worden genomen, waardoor latere ontwikkelingen sneller als negatief worden beoordeeld.
Ook de zogenoemde BISI-index, die wordt gebruikt om de kwaliteit van het bodemleven te beoordelen, ligt onder vuur. Volgens Van der Meer ontbreekt een brede wetenschappelijke validatie van deze methode, terwijl de uitkomsten wel worden gebruikt bij beleidsbeslissingen met grote gevolgen voor de visserijsector.
Meer nuance in het debat
De ecoloog benadrukt dat zijn kritiek niet betekent dat natuurbeheer onnodig is. Wel pleit hij voor een evenwichtiger debat waarin zowel positieve als negatieve ontwikkelingen worden meegenomen. Volgens hem wijzen internationaal beoordeelde onderzoeken erop dat grote delen van de Nederlandse kustwateren zich in een redelijke tot goede ecologische staat bevinden.
De discussie raakt direct aan de toekomst van de Nederlandse visserij. Er wordt onder meer gesproken over het sluiten van gebieden voor visserijactiviteiten. Van der Meer vindt dat daarbij duidelijk moet zijn welke natuurdoelen worden nagestreefd en welke soorten daadwerkelijk profiteren van dergelijke maatregelen. Hij betwijfelt of afsluiting van delen van de zuidelijke Noordzee automatisch leidt tot aanzienlijk herstel van het bodemleven.
Sector onder druk
De visserijsector staat ondertussen onder druk door saneringsregelingen. In 2022-2023 zijn 51 grote platviskotters gesloopt en ook binnen de garnalenvisserij worden nu tientallen schepen uitgekocht en gesloopt. Volgens Van der Meer bevinden de commerciële visbestanden zich dankzij quota en internationaal beheer momenteel binnen veilige grenzen.
Politieke vragen
De bijdrage van Van der Meer leidde tot kritische reacties vanuit de politiek. BBB-Kamerlid Caroline van der Plas stelde dat duidelijkheid nodig is over de wetenschappelijke basis van beoordelingsmethoden die worden gebruikt voor ingrijpend natuur- en visserijbeleid. Volgens haar kunnen dergelijke methoden grote gevolgen hebben voor vissers en andere gebruikers van het Waddengebied. Ook BBB-fractievoorzitter Henk Vermeer pleitte voor een vollediger beeld van de situatie in de Waddenzee en de Noordzee bij toekomstige besluitvorming.
Minister Jaimi van Essen van Natuur liet weten dat bij beleidsvorming rekening wordt gehouden met verschillende wetenschappelijke inzichten. Hij erkende bekend te zijn met de kritiek op de BISI-methode en kondigde aan dat hierover binnenkort overleg plaatsvindt met betrokken wetenschappers, onder wie Van der Meer.
Lees hieronder het artikel van 29 mei 2026: ‘’Gebaseerd op Drijfzand’’ door de Telegraaf.
