Belgische zeevisserij krabbelt in 2025 voorzichtig op na dieptepunt 2024
2 min gelezen
Z 26 in Zeebrugge Foto Luyt via twitter
Brussel, 1 juli 2026 – De Belgische commerciële zeevisserij heeft in 2025 een bescheiden herstel laten zien. Zowel de aanvoer van vis als de totale opbrengst namen licht toe ten opzichte van het historisch zwakke jaar 2024. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers over de Vlaamse zeevisserij.
De totale visaanvoer steeg in 2025 met 0,9 procent tot 15.168 ton. Vooral de Belgische havens deden het beter: daar nam de aanvoer toe van 11.896 ton naar 12.232 ton. In buitenlandse havens daalde de aanvoer juist licht tot 2.937 ton.
Ook de drie Belgische vissershavens noteerden groei. Oostende zag de aanvoer met 4,9 procent stijgen tot 5.458 ton, Zeebrugge bleef vrijwel stabiel met een lichte stijging naar 6.527 ton en Nieuwpoort kende opnieuw de sterkste groei met bijna 40 procent tot 247 ton.
Nederlandse havens blijven belangrijk
Van alle vis die in buitenlandse havens werd aangevoerd, kwam 61 procent uit Nederlandse havens. Daarmee blijven Nederland, gevolgd door Denemarken (22,6 procent) en Spanje (14,5 procent), de belangrijkste buitenlandse aanvoerlocaties voor de Vlaamse vissersvloot.
Inktvis grootste soort, tong blijft meest waardevol
De Vlaamse zeevisserij blijft een gemengde visserij, waarbij verschillende soorten tegelijkertijd worden gevangen. Inktvis was in 2025 opnieuw de meest aangevoerde soort en was goed voor 23,4 procent van het totale volume. Tong (13,2 procent) en schol (10,3 procent) volgen als belangrijkste doelsoorten.
Financieel blijft tong echter veruit de belangrijkste vissoort. De soort vertegenwoordigde 40,4 procent van de totale aanvoerwaarde. Inktvis verstevigde zijn tweede plaats met 18,4 procent van de opbrengst, terwijl het aandeel van schol verder terugliep tot 4,1 procent.
Opbrengst stijgt naar bijna 88,5 miljoen euro
De totale aanvoerwaarde kwam in 2025 uit op bijna 88,5 miljoen euro, een stijging van 5,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. De opbrengst in Belgische havens groeide met 7,8 procent tot 74,6 miljoen euro, terwijl de waarde van de aanvoer in buitenlandse havens met ruim 6 procent daalde tot 13,9 miljoen euro.
Meer dan de helft van de opbrengst in Belgische havens werd gerealiseerd in Zeebrugge (53,6 procent), gevolgd door Oostende (44,4 procent) en Nieuwpoort (2 procent).
Hogere visprijzen
Ook de gemiddelde visprijs zat in de lift. Die steeg met 4,5 procent naar 5,83 euro per kilogram. In Belgische havens lag de gemiddelde prijs met 6,10 euro per kilo duidelijk hoger dan in buitenlandse havens, waar de prijs stabiel bleef op 4,72 euro per kilo.
Stabiele vloot, hogere quota voor belangrijke soorten
De Belgische vissersvloot bleef in 2025 ongewijzigd met 60 vaartuigen. Voor meerdere belangrijke vissoorten werden de vangstquota verhoogd. Zo steeg het tongquotum met 17,3 procent, het scholquotum met 11,6 procent, het quotum voor zeeduivel met 8,2 procent en dat voor wijting zelfs met 37,8 procent.
Daartegenover stonden lagere quota voor onder meer haring (-8 procent), makreel (-20 procent), kabeljauw (-20,7 procent) en langoustine (-25 procent).
Een extra meevaller voor de sector was de verdere daling van de gemiddelde gasolieprijs. Die kwam uit op 0,6601 euro per liter, tegenover 0,7285 euro per liter in 2024.
Volgens de sector bieden de cijfers voorzichtig perspectief op een herstel, na het historisch zwakke jaar 2024. Zowel de hogere opbrengsten als de gestegen visprijzen dragen daaraan bij, al blijven de uitdagingen rond vangstquota voor verschillende soorten groot.
Download hier het jaarlijkse rapport: DE BELGISCHE ZEEVISSERIJ 2025 AANVOER EN BESOMMING