Commissie stelt vangstmogelijkheden voor 2027 in de Oostzee voor
3 min gelezen
Meer quota voor haring en sprot in Oostzee
BRUSSEL – De Europese Commissie heeft vandaag haar voorstel gepresenteerd voor de vangstmogelijkheden in de Oostzee voor 2027. Voor verschillende visbestanden wil de Commissie de vangst verhogen. Zo mogen de vangstmogelijkheden voor Botnische haring met 3 procent omhoog, voor centrale Oostzeeharing met 49 procent, voor haring in de Golf van Riga met 11 procent en voor sprot met 44 procent.
De voorstellen hebben betrekking op de tien visbestanden in de Oostzee die door de Europese Unie worden beheerd. De Europese Commissie baseert de voorgestelde totale toegestane vangsten (TAC’s) en quota op het meest recente wetenschappelijke advies van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) en op het meerjarenbeheerplan voor de Oostzee.
Lagere bijvangstquota voor kabeljauw
Tegelijkertijd wil de Commissie de quota voor onvermijdelijke bijvangsten van enkele soorten aanzienlijk verlagen. Voor kabeljauw in het westelijke deel van de Oostzee wordt een verlaging van 88 procent voorgesteld. Voor kabeljauw in het oostelijke deel gaat het om 51 procent en voor haring in het westelijke deel om 45 procent.
De kabeljauwbestanden verkeren nog altijd in slechte toestand. Voor de oostelijke kabeljauw stelt de Commissie voor de bestaande vangstbeperkingen en bijbehorende maatregelen te handhaven. Het quotum voor onvermijdelijke bijvangsten moet wel worden aangepast aan de hoeveelheden die lidstaten in 2025 daadwerkelijk hebben gemeld.
Ook de situatie van kabeljauw in het westelijke deel van de Oostzee blijft zorgelijk. De Commissie wil daarom het bijvangstquotum aanpassen en de bestaande beschermingsmaatregelen handhaven.
Voorzichtig herstel van haringbestanden
Het haringbestand in het westelijke deel van de Oostzee bevindt zich nog altijd onder het minimumniveau. De Commissie wil daarom de uitzondering voor kleinschalige kustvisserij schrappen. Het quotum zou uitsluitend nog worden afgestemd op onvermijdelijke bijvangsten.
Het bestand van Botnische haring is groter dan eerder werd geschat, maar ligt nog onder een duurzaam niveau. Om het herstel te ondersteunen, stelt de Commissie een vangstniveau voor waarbij de visserijsterfte stabiel blijft en het bestand verder kan groeien. Ook wil zij de bestaande paaistop van drie maanden in ondiepe kustwateren handhaven.
Voor de centrale Oostzeeharing geldt een vergelijkbare aanpak. Het bestand is toegenomen, maar bevindt zich nog onder een duurzaam niveau. Volgens ICES zijn de vooruitzichten positief, mede dankzij een verwachte sterke aanwas van jonge vis. De Commissie kiest daarom voor een voorzichtige verhoging van het quotum, waarbij de visserijsterfte stabiel blijft. Ook hier moet de paaistop van drie maanden worden gehandhaafd.
Haring in de Golf van Riga verkeert daarentegen in goede conditie. De Commissie wil de vangstlimiet daarom vaststellen op het maximale niveau dat ICES adviseert.
Meer ruimte voor sprot
Ook voor sprot zijn de vooruitzichten verbeterd. Na enkele moeilijke jaren is het bestand sterk gegroeid, mede dankzij hoge voortplantingspercentages in de afgelopen jaren. ICES verwacht dat deze groei doorzet.
De Commissie stelt daarom voor het quotum voor sprot vast te stellen op het door ICES geadviseerde maximum. De bestaande paaistop van drie maanden zou daarbij komen te vervallen.
Voor schol is het voorstel terughoudender. Hoewel het wetenschappelijke advies een lichte verhoging van de vangst mogelijk maakt, wil de Commissie het quotum ongewijzigd laten vanwege de slechte conditie van individuele vissen. Daarnaast zijn vorig jaar nieuwe maatregelen voor de platvisvisserij ingevoerd. Die moeten onder meer de ongewenste bijvangst van kabeljauw verminderen.
Zalmquota blijven grotendeels gelijk
Voor zalm stelt de Commissie voor de huidige quota voor onvermijdelijke bijvangsten te handhaven, evenals de bijbehorende voorwaarden. ICES heeft voor 2027 geen nieuw advies over de zalmbestanden uitgebracht.
Een uitzondering is de recreatieve visserij op gekweekte zalm. De Commissie stelt voor deze vorm van visserij te beëindigen.
Besluit in oktober en november
De voorstellen van de Europese Commissie worden de komende maanden besproken door de EU-lidstaten. Zij moeten uiteindelijk gezamenlijk besluiten over de maximale hoeveelheden commerciële vis die in 2027 in de Oostzee mogen worden gevangen.
De Raad van de Europese Unie bespreekt het voorstel tijdens de vergadering van 26 en 27 oktober 2026. Daar wordt gestreefd naar een politiek akkoord. De formele vaststelling van de vangstmogelijkheden volgt naar verwachting in november.