Europêche: geen visserijverboden zonder wetenschappelijke onderbouwing
4 min gelezen
OSPAR Marine Protected Areas (MPA's) in de Noordzee
BRUSSEL – Europêche roept de Europese Commissie op om de Europese natuurwetgeving beter op elkaar af te stemmen en bij de bescherming van mariene gebieden meer rekening te houden met bestaande visserijmaatregelen.
De Europese belangenorganisatie voor de visserijsector waarschuwt daarbij voor algemene visserijverboden, zoals een generiek verbod op bodem beroerende visserij, zonder dat per gebied wetenschappelijk is vastgesteld dat dergelijke maatregelen noodzakelijk en effectief zijn.
Europêche nam vorige week deel aan de Implementation Dialogue over de stresstest van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. De bijeenkomst stond onder leiding van Eurocommissaris Jessika Roswall en was gericht op het vereenvoudigen van de Europese natuurbeschermingsregels, een betere uitvoering daarvan en meer juridische zekerheid, zonder de ambities op het gebied van natuurbehoud af te zwakken.
Volgens Europêche biedt de stresstest een kans om de Europese aanpak van mariene bescherming eenvoudiger, consistenter en meer gebaseerd op wetenschappelijke kennis te maken. De organisatie noemt daarbij drie prioriteiten: betere afstemming tussen Europese wetten, een wetenschappelijk onderbouwde aanpak van beschermde zeegebieden en meer erkenning van de bijdrage die visserijbeheer kan leveren aan natuurbehoud.
Betere afstemming van Europese wetgeving
Europêche vindt dat de Kaderrichtlijn Mariene Strategie als referentiekader moet dienen voor de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijnen en de Natuurherstelverordening. Ook pleit de organisatie voor het samenvoegen van de Vogel- en Habitatrichtlijnen en het vereenvoudigen van procedures voor uitzonderingen op de regels.
Daarnaast moet volgens Europêche meer worden gekeken naar de staat van populaties als geheel, in plaats van naar individuele exemplaren, wanneer wetenschappelijk bewijs op risico’s wijst. De organisatie benadrukt dat natuurbeschermingsmaatregelen bovendien in overeenstemming moeten zijn met de bestaande visserijwetgeving en het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB).
Geen generieke verboden zonder gebiedsspecifieke beoordeling
Bij de aanwijzing en het beheer van beschermde mariene gebieden (Marine Protected Areas, MPA’s) moet volgens Europêche het behalen van concrete natuurdoelen centraal staan. De aanwijzing van een beschermd gebied is op zichzelf niet voldoende: eerst moet worden onderzocht welke natuurdoelen er gelden, welke druk verschillende menselijke activiteiten op het gebied uitoefenen en welke maatregelen het meest effectief zijn.
Daarbij moeten ook de sociaal-economische gevolgen worden meegewogen. Vervolgens moet worden beoordeeld of de gekozen maatregelen daadwerkelijk resultaat opleveren.
De organisatie waarschuwt in dit verband voor juridische procedures die aansturen op automatische verboden op bodem beroerende visserij. Dergelijke algemene verboden gaan volgens Europêche voorbij aan de specifieke omstandigheden en wetenschappelijke onderbouwing per gebied. Bovendien kunnen ze visserijactiviteiten verplaatsen naar andere gebieden, met mogelijk ongewenste ecologische en sociaal-economische gevolgen.
Ook kan een dergelijke aanpak het vertrouwen en de betrokkenheid van vissers bij natuurbeheer ondermijnen.
Erkenning van visserijmaatregelen als natuurbeheer
Een ander belangrijk punt is de erkenning van visserijbeheer als bijdrage aan biodiversiteitsbescherming. Wereldwijd zijn meer dan 200 zogenoemde Other Effective Area-Based Conservation Measures (OECM’s) gerapporteerd. Volgens Europêche heeft echter nog geen van deze maatregelen betrekking op Europese wateren.
De organisatie wijst erop dat het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD) OECM’s erkent als een belangrijk instrument voor biodiversiteitsbehoud. De Europese Unie richt zich volgens Europêche tot dusver vooral op formeel aangewezen beschermde mariene gebieden.
Europêche wil daarom dat de EU een procedure ontwikkelt om OECM’s te identificeren en te erkennen. Ook bestaande visserijbeheermaatregelen die buiten formele beschermde gebieden bijdragen aan de bescherming van de mariene biodiversiteit, moeten volgens de organisatie in aanmerking komen voor erkenning.
‘Focus op aantoonbare natuurwinst’
Margot Angibaud, senior beleidsadviseur bij Europêche, stelt dat de Europese visserijsector al tot de strengst gereguleerde ter wereld behoort, terwijl de bijdrage van de sector aan natuurbehoud volgens haar onvoldoende wordt erkend.
‘De EU moet het goede voorbeeld geven en de erkenning van effectieve visserijbeheermaatregelen als OECM’s versnellen. In plaats van visserijactiviteiten systematisch te verbieden, moeten we ons richten op aantoonbare natuurwinst’, aldus Angibaud.
Volgens haar brengen algemene verboden de bestaanszekerheid van vissers in gevaar en ondermijnen ze de Europese voedselsoevereiniteit op het gebied van vis en schaal- en schelpdieren, zonder dat daar noodzakelijkerwijs betere milieuresultaten tegenover staan.
Afronding stresstest eind 2026
Eurocommissaris Roswall heeft aangegeven dat de stresstest naar verwachting eind 2026 moet worden afgerond. Europêche roept de Europese Commissie op om de uitkomsten te benutten voor samenhangende, proportionele en effectieve milieuwetgeving, onder meer door de Vogel- en Habitatrichtlijnen samen te voegen en gericht te herzien.
Daarmee wil de organisatie voorkomen dat Europese natuurbeschermingsregels leiden tot tegenstrijdige doelstellingen en maatregelen. Tegelijkertijd moet de EU volgens Europêche haar geloofwaardigheid in het internationale oceaanbeheer behouden, onder meer in het kader van het BBNJ-verdrag over de bescherming en het duurzame gebruik van de mariene biodiversiteit in gebieden buiten de nationale rechtsmacht.