Eerste Zeeuwse hangcultuurmosselen opvallend vroeg geoogst
2 min gelezen
Zeeuwse hangcultuurmosselen opvallend vroeg geoogst
De eerste Zeeuwse hangcultuurmosselen zijn officieel geoogst, opvallend vroeg in het seizoen. Waar de eerste oogst vroeger meestal pas begin of midden juni plaatsvond, halen mosselkwekers de jongste jaren steeds vaker al half mei hun eerste mosselen boven water. Volgens de sector spelen natuurlijke factoren zoals meer zonlicht daarbij een rol, al lijkt ook de klimaatverandering de groei en rijping van mosselen te versnellen.
De eerste hangcultuurmosselen werden geoogst in de Oosterschelde. Het nicheproduct luidt traditioneel het Nederlandse mosselseizoen in, in afwachting van de bodemcultuurmosselen die vanaf 1 juli worden verwacht. Kwekers spreken dit jaar van een kwalitatief sterke oogst, met goed gevulde en vleesrijke mosselen.
Daarmee lijkt de sector zich te herstellen van enkele moeilijke jaren. Twee jaar geleden werd de mosselteelt zwaar getroffen door uitzonderlijke sterfte, waarvan de exacte oorzaak nog steeds niet volledig duidelijk is. Volgens de kwekers ging toen tot 80 procent van de bodemcultuurmosselen verloren, terwijl ook ongeveer 30 procent van de hangcultuurproductie werd getroffen. Vorig jaar waren de gevolgen daarvan nog merkbaar, maar dit seizoen lijkt de sterfteproblematiek grotendeels achter de rug.
Klimaatverandering versnelt groei
De vroege oogst past volgens de sector binnen een bredere trend. Hogere watertemperaturen en langere periodes van zonlicht zorgen ervoor dat mosselen sneller groeien en vroeger oogstrijp zijn. Dat levert economische voordelen op omdat kwekers sneller kunnen inspelen op de vraag vanuit de markt. Tegelijk groeit de bezorgdheid over de impact van extremere klimaatomstandigheden op de stabiliteit van de productie. De zware sterfte van de voorbije jaren wordt in de sector nadrukkelijk gekoppeld aan veranderende milieuomstandigheden in zee.
Nicheproduct uit beschutte wateren
Hangcultuurmosselen vertegenwoordigen ongeveer vijf procent van de totale Zeeuwse mosselproductie. In tegenstelling tot bodemcultuur groeien deze mosselen aan touwen die in de waterkolom hangen. Daardoor bevinden ze zich voortdurend in stromend en voedselrijk water, wat zorgt voor een snellere groei en een zachtere structuur.
Volgens kwekers onderscheiden hangcultuurmosselen zich bovendien door hun mildere en minder zoute smaak. De teelttechniek stelt echter specifieke eisen aan de locatie. Alleen beschutte wateren zijn geschikt voor hangcultuur, waardoor de productie beperkt blijft tot enkele zones in Zeeland, zoals de Oosterschelde, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer. Die beperkte schaal maakt de sector extra kwetsbaar voor veranderingen in waterkwaliteit, temperatuur en stromingen.
Stijgende kosten
Naast de klimatologische uitdagingen kampen mosselkwekers ook met stijgende productiekosten. Hogere brandstofprijzen maken zowel transport over water als over de weg duurder, terwijl ook loon- en verwerkingskosten toenemen. Of dat uiteindelijk zal leiden tot hogere consumentenprijzen, is voorlopig nog onduidelijk. (Bron Vilt) – Zie ook de videoreportage gemaakt door VRT hier