Visserij.nl

Nieuws over de beroepsvisserij

Bij Greenpeace geen ruimte voor nuance

3 min read

Een medewerker van IMARES toont enkele dodemansduimen tijdens een bemonsteringsreis aan boord van de TX-68, Foto: W.M. den Heijer

De Noordzee is vervuild, overbevist en uitgeput. De visserij is niet duurzaam en grote vriestrawlers zijn eigenlijk taboe. Dat meent milieuorganisatie Greenpeace.

De organisatie vindt dat veel maatregelen niet ver genoeg gaan en is bovendien verre van gevoelig voor optimistische geluiden. Ook al zijn die afkomstig van biologen die werkzaam zijn voor respectabele onderzoeksinstituten.

Door: Willem M. den Heijer

‘Wat is er aan de hand met de Noordzee? Wat jullie horen is dat het goed gaat, maar rog en zeebaars zijn zwaar overbevist en kabeljauw wordt nog steeds bedreigd. De vis die vroeger werd gevangen was groter van stuk. Tonijn is als gevolg van de visserij uit de Noordzee verdwenen en na de Tweede Wereldoorlog niet meer teruggekeerd. De boomkor is verantwoordelijk voor schade aan het leven op de zeebodem en veel zwerfkeien zijn er niet meer en liggen onder andere in tuintjes van vissers die woonachtig zijn op Texel’, aldus een campagnemedewerkster van Greenpeace. Zij hield haar betoog tijdens een van de supportersdagen in juni. Daar konden belangstellenden en donateurs luisteren naar de voordracht ‘Oceanen redden doe je zo’.

Gedecimeerd

De visserij is gebaat bij een schone zee en Greenpeace vecht voor een schone zee. Behalve dit gezamenlijke belang is er verder niets waarin beide partijen elkaar kunnen vinden. Ze leven al jaren op voet van oorlog. Vissers begrijpen er geen snars van dat Greenpeace continu onheilstijdingen verkondigt. De milieuorganisatie gaat overigens vrij makkelijk voorbij aan het feit dat het nagenoeg stil is geworden op de Noordzee. De Nederlandse vloot telt grofweg nog slechts 62 grote kotters.

Dodemansduimen zijn verre van zeldzaam in de Noordzee.

De vloten van de overige Noordzeelidstaten zijn eveneens gedecimeerd. Vanwege het feit dat in pakweg twintig jaar tijd de visserijdruk met meer dan de helft is afgenomen, doen de commerciële visbestanden zoals haring, makreel en schol het hartstikke goed. Biologen van IMARES riepen twee jaar geleden dat er ten aanzien van haring en makreel zelfs sprake is van ‘onderbevissing’.

Zeebaars en rog

Met betrekking tot rog en zeebaars waar de Nederlandse kottervloot niet gericht op vist, zou volgens Greenpeace een beheerplan op losgelaten moeten worden. Daar kan een beschermend effect vanuit gaan. Zeebaars is een soort die als gevolg van de opwarming van het zeewater elk jaar steeds vaker en verder de Noordzee intrekt. Daardoor treffen Nederlandse vissers in de zuidelijke Noordzee de zeebaars incidenteel in hun netten aan. De ene keer is dat gering en een enkele keer gaat het om een relatief grote hoeveelheid.

De bewering dat rog zwaar overbevist is, is lastig te staven. In het Engelse deel komen verschillende rogsoorten in ruime mate voor. Dat ervaren Nederlandse vissers vrijwel wekelijks. Dat deze platvis in het Nederlandse deel het enigszins laat afweten (ook daar constateren Nederlandse vissers de laatste jaren overigens een toename) is eerder het gevolg van de afsluitingen van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse zeegaten. Op basis van aanlandingen, waar Greenpeace mee schermt, kan er overigens geen juist beeld verkregen worden. Als gevolg van een begrensde aanvoer lijkt het alsof de rogvangsten zijn afgenomen. Echter op zee weten de vissers zich geen raad met de vele rog die in de netten terechtkomt.

Een mooie ongeschonden zeester met liefst dertien armen. (foto’s W.M. den Heijer)

Kabeljauw

Als gevolg van een ruim voedselaanbod door fosfaatuitstoot via de rivieren wist de kabeljauwpopulatie in de zuidelijke en centrale Noordzee zich in de jaren zestig en zeventig goed te ontwikkelen en ontstond er een lucratieve visserij op de ‘koning der vissen’. Kabeljauw is tijdens het paaiproces echter gebaat bij een zeer lage watertemperatuur gedurende lange tijd. Is dat aan de orde dan is het produceren van een sterke jaarklasse bijna een fluitje van een cent. Helaas trekt de kabeljauw in dat opzicht al decennialang een het kortste eind.

Boven de 55e breedtegraad en nog noordelijker weet de vis zich overigens wel te manifesteren. De ruime aanlandingen in het Schotse Peterhead en enkele Deense vissersplaatsen spreken wat dat betreft boekdelen. Ten aanzien van de boomkorvisserij kan vastgesteld worden dat deze vorm van vissen, op een handvol kotters na, vrijwel is verdwenen en plaats heeft moeten maken voor de pulsvisserij die in veel opzichten aanzienlijk beter scoort. Zeker daar waar het de ongewenste bijvangsten in de vorm van organismen (benthos) betreft.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.