Europa wil toch nieuw visserijakkoord met Marokko
2 min gelezen
De Europese Commissie (EC) heeft ingestemd met een voorstel om de onderhandelingen over een nieuwe visserijovereenkomst tussen de Europese Unie en Marokko te hervatten. Dat maakte Europees commissaris voor Visserij Costa Kadis bekend tijdens een bijeenkomst met Spaanse parlementariërs en senatoren.
De Spaanse visserijsector volgt de ontwikkelingen nauwlettend, aangezien zij de grootste belanghebbende is bij het akkoord, zo meldt deze website.
Kadis presenteerde zijn voorstel om de gesprekken met Rabat over het visserijakkoord opnieuw te starten aan de gezamenlijke commissie van het Spaanse Congres en de Senaat voor Europese Zaken. Hoewel de Commissie haar goedkeuring heeft gegeven, moeten de regeringen van de 27 EU-lidstaten het voorstel nog formeel bekrachtigen.
De commissaris, bevoegd voor visserij en oceanen, benadrukte dat deze stap een “zeer belangrijke vooruitgang” vormt in de betrekkingen met Marokko. Dat is van bijzonder belang, aangezien het Hof van Justitie van de Europese Unie de eerdere handels- en visserijakkoorden ongeldig had verklaard. Volgens het Hof waren die akkoorden gesloten zonder de instemming van de Sahrawi-bevolking.
Voorafgaand aan zijn toespraak in het parlement had Kadis de kwestie besproken met de Spaanse minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, Luis Planas, zo blijkt uit een persbericht van diens ministerie. Tijdens de bijeenkomst beantwoordde de Eurocommissaris ook vragen van afgevaardigde Agustín Santos Maraver (Sumar), die om verduidelijking vroeg over de toekomstige status van het akkoord. Santos Maraver wees daarbij op de recente toenadering tussen Marokko en Rusland op het gebied van visserij.
Het vorige visserijakkoord tussen de Europese Unie en Marokko liep in juli 2023 af. Dat akkoord voorzag in visvergunningen voor 138 EU-schepen in Marokkaanse wateren, waarvan 92 afkomstig waren uit Spanje. Deze schepen kwamen uit de regio’s Andalusië (47), de Canarische Eilanden (38) en Galicië (7). Bronnen uit de sector meldden dat, mede als gevolg van de Covid-19-pandemie, sinds 2019 slechts ongeveer twintig van de vergunningen daadwerkelijk werden gebruikt. In oktober 2024 verklaarde het Hof van Justitie van de Europese Unie de overeenkomst uiteindelijk ongeldig.