Visserij.nl

Nieuws over de beroepsvisserij

EAPO-reactie op duurzaam vissen en oriëntaties voor 2026

5 min gelezen

De Europese Vereniging van Visproducentenorganisaties (EAPO) is tevreden over de mededeling van de Europese Commissie inzake duurzaam vissen in de EU: stand van zaken en oriëntaties voor 2026, begint met de erkenning van de verbeteringen op het gebied van duurzaamheid van de Europese visserij, waarbij steeds meer visbestanden op duurzame niveaus worden bevist.

Net als in het document van vorig jaar wordt de verbetering van de toestand van veel visbestanden in verschillende zeegebieden, waaronder de Noordoost-Atlantische Oceaan, benadrukt. De visserijsterfte blijft afnemen, wat de inspanningen weerspiegelt die de EU-visserijsector het afgelopen decennium heeft geleverd.

Tegelijkertijd wordt in de mededeling ook gewezen op andere toenemende drukfactoren naast de visserij, die visbestanden beïnvloeden. Hoewel dit in de aanhef wordt genoemd, wordt het onderwerp verder niet uitgewerkt. De effecten van klimaatverandering worden inmiddels duidelijk zichtbaar en moeten in de toekomst worden meegenomen bij het vaststellen van vangstmogelijkheden, evenals bij corrigerende maatregelen en mogelijke financiële ondersteuning. Proactief beleid moet nu worden ingevoerd om de impact van menselijke activiteiten op de kwaliteit van het mariene milieu te verminderen en om visserijbeheer aan te passen via ecosysteemgerichte benaderingen.

Bovendien worden de effecten van de ontwikkeling van hernieuwbare energie en van vervuiling op visbestanden en de visserij onvoldoende belicht in de mededeling.

Evaluatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB)

Met betrekking tot de evaluatie van de Verordening Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), die moet dienen als basis voor het opstellen van een visie voor 2040 voor de visserij- en aquacultuursector, met inachtneming van andere beleidsinitiatieven zoals het Europees Oceaanpact en de Routekaart voor de energietransitie in de EU-visserij en aquacultuur, verwelkomt EAPO dit initiatief.

Deze evaluatie komt op een cruciaal moment en biedt een waardevolle kans om het beleid van het afgelopen decennium te beoordelen en de capaciteit ervan om nieuwe geopolitieke, ecologische en sociaaleconomische uitdagingen het hoofd te bieden. Het kader waarin het GVB opereert is aanzienlijk veranderd door geopolitieke ontwikkelingen zoals de Brexit, klimaatimpact en sociaaleconomische uitdagingen die de visserijsector hebben hervormd. Dit vraagt om een herziening van de opzet van het Europese visserijbeheer.

In het kader van het Europees Oceaanpact is het belangrijker dan ooit te benadrukken dat de visserijsector een essentiële garantie biedt voor voedselsoevereiniteit, aangezien deze een cruciale rol speelt in het voorzien van de bevolking van hoogwaardige eiwitten met een lage ecologische voetafdruk, en fungeert als fundament van de maritiem-industriële economie. Tevens moeten de inspanningen van vissers op het gebied van duurzaamheid worden erkend, zoals het toepassen van selectievere vangsttechnieken, deelname aan duurzaam beheer van visbestanden en de vermindering van koolstofemissies door modernisering van vistuig.

Om deze ontwikkeling voort te zetten, moeten de belangen van vissers worden meegewogen door een rationele benutting van visbestanden te garanderen zonder technologische ontwikkeling, verjonging van de arbeidsmarkt en aantrekkelijkheid van de sector in gevaar te brengen.

Een goed ondersteunde en bloeiende visserijsector is cruciaal voor het bereiken van voedselsoevereiniteit en strategische autonomie binnen de EU.

Maximum duurzame opbrengst (MSY) en vangstmogelijkheden

In het GVB van 2013 introduceerde de Commissie de MSY-benadering (maximum sustainable yield) voor het visserijbeheer. Deze invoering heeft geleid tot een afname van de visserijdruk binnen de EU, maar ook tot een gestage daling van de vangstmogelijkheden voor veel bestanden.

Hoewel het beheer op MSY-niveau vissers meer voorspelbaarheid biedt en heeft bijgedragen aan de verbetering van de visbestanden, heeft de strikte jaarlijkse vaststelling van quota op basis van FMSY, en het negeren van natuurlijke schommelingen in MSY, gecombineerd met een overdreven voorzichtige aanpak, ertoe geleid dat quota onder duurzame niveaus zijn vastgesteld. Dit veroorzaakt inefficiënties en economische uitdagingen.

Een meer gebalanceerde aanpak zou overwogen moeten worden, waarmee duurzame voedselproductie met lage koolstofuitstoot mogelijk blijft, zonder juridische verplichtingen te ondermijnen. Meer stabiliteit bij het vaststellen van vangstmogelijkheden zou vissers én markten ten goede komen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door met een meerjarige tijdshorizon te werken en gemiddelden te gebruiken voor het vaststellen van doelstellingen.

De balans van het huidige GVB kan over het algemeen als positief worden beschouwd, met een significante toename van het aantal visbestanden dat op MSY-niveau wordt benut – een trend die zich sinds het midden van de jaren 2000 heeft voortgezet. Deze vooruitgang is mogelijk gemaakt dankzij structurele, technische, ecologische en economische aanpassingen door de sector.

Toch zijn de moeilijkheden rond gemengde visserijen nooit echt aangepakt. Bovendien moeten bestanden die al jaren op MSY-niveau worden bevist, maar waarvan de biomassa is afgenomen, nu nader worden bestudeerd. EAPO concludeert dat beheer op MSY niet altijd de verwachte stabiliteit of hoge TAC-niveaus oplevert.

De gelijktijdige invoering van de aanlandplicht heeft extra uitdagingen gecreëerd, vooral voor gemengde visserijen. MSY en de aanlandplicht botsen vaak. De verplichting om alle gemengde bestanden op MSY-niveau te beheren, heeft geleid tot “choke species” – soorten die door hun lage quota de rest van de vangst beperken. In werkelijkheid zijn er maar weinig visserijen die slechts op één soort vissen; meestal worden meerdere soorten gevangen, afhankelijk van seizoen en gebied. Dit kan tot onderbenutting van gezonde bestanden leiden.

Als dit leidt tot meer import van minder duurzaam gevangen vis van buiten de EU, werkt dit uiteindelijk de doelstellingen van duurzaam beheer tegen. EAPO pleit daarom voor een bredere interpretatie van MSY en meer gebruik van de toegestane FMSY-banden, zoals voorzien in het GVB en de meerjarenplannen.

Vissers zijn voor hun inkomsten afhankelijk van vangstmogelijkheden; veranderingen hierin hebben directe economische gevolgen. EAPO stelt voor een systeem in te voeren waarbij meerjarige TAC’s worden vastgesteld op basis van gemiddelden over de voorgaande jaren.

Balans tussen visserijcapaciteit en vangstmogelijkheden

Het GVB verplicht lidstaten ervoor te zorgen dat hun visserijcapaciteit in balans is met de vangstmogelijkheden. Elk jaar brengen lidstaten hierover verslag uit, op basis van historische gegevens en de effectiviteit van hun actieplannen.

Hoewel EAPO deze aanpak ondersteunt, wordt daarin alleen visserij als drukfactor op het mariene milieu gezien. Recente studies tonen aan dat ook andere maritieme activiteiten impact hebben, en deze moeten ook worden meegenomen bij het beoordelen van capaciteit.

Verder moet worden onderzocht wat het effect is van het beperken van visserijcapaciteit op de toestand van visbestanden. Voor een soortgerichte visserij onder een quotasysteem is een dubbele beperking (capaciteit én quota) vaak onnodig en inefficiënt. De motorcapaciteit van een schip zegt weinig over de hoeveelheid vis die wordt gevangen, omdat quota bepalend zijn.

Het STECF-rapport, waarop de Commissie haar beoordeling baseert, werkt met gegevens die twee jaar oud zijn en mogelijk niet representatief zijn voor de huidige vloot. EAPO ziet een stijgend aantal vlootsegmenten dat door lidstaten als “uit balans” wordt beoordeeld, en roept op tot overleg met de Commissie over de onderliggende principes van deze beoordeling.

Daarnaast werkt EAPO actief samen met de Commissie in het kader van het Partnerschap voor de Energietransitie, gericht op een routekaart tegen 2026 voor een duurzame modernisering van de EU-vloot. De huidige definitie van capaciteit (met tonnageplafond) belemmert echter innovaties zoals alternatieve brandstoffen, betere arbeidsomstandigheden en veiligheid. De regelgeving moet worden aangepast aan moderne behoeften en mag geen rem vormen op noodzakelijke vooruitgang.

Akkoorden met Noorwegen, het VK en andere kuststaten

De Brexit is een belangrijke veranderingsfactor geweest en heeft het regelgevingskader fundamenteel hertekend. Het EU-VK Handels- en Samenwerkingsovereenkomst (TCA) bevat nieuwe regels voor gezamenlijk beheer van bestanden, maar de uitvoering daarvan heeft geleid tot nieuwe beperkingen. Technische maatregelen en controlevoorschriften hebben de visserijinspanningen verder beperkt.

De Commissie moet zich aanpassen aan de nieuwe realiteit, rekening houdend met de verschillen in beheer tussen EU- en derde landwateren. Het is van vitaal belang dat de Commissie druk blijft uitoefenen op andere partijen die duurzaam beheer ondermijnen.

EAPO Oostende, 31 Augustus 2025