Europese visserijsector bezorgd over EU-handelsakkoord met Indonesië
3 min gelezen
Indonesische tonijnvisserij
Vertegenwoordigers van de Europese visserijsector, aangevoerd door Europêche, hebben opnieuw hun grote zorgen geuit tegenover DG TRADE en DG MARE over de voorgestelde vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië – ’s werelds grootste producent van tonijn.
Indonesië exporteert momenteel ongeveer 200.000 ton tonijn per jaar en beschikt over een zeer grote en gefragmenteerde vloot, naar schatting bestaande uit enkele honderdduizenden schepen, met lage niveaus van toezicht en transparantie. Er bestaat geen volledig scheepsregister, daarnaast zijn er quotaoverschrijdingen, overslag op zee, een gebrek aan wetenschappelijke waarnemers en gedocumenteerde risico’s op illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IUU-visserij) en dwangarbeid – allemaal zaken die ernstige zorgen baren voor de sterk gereguleerde Europese tonijnsector.
In de huidige ontwerptekst opent de overeenkomst de Europese markt voor Indonesische tonijnproducten door de afschaffing van invoerrechten, vooral op tonijnfilets met hoge toegevoegde waarde. Dit zou de weg vrijmaken voor een massale toestroom van import naar de Europese markt.
“Deze beslissing is des te onbegrijpelijker omdat de Europese Commissie tonijn zelf als een gevoelig product had aangemerkt en bovendien gewaarschuwd was door de Market Advisory Council,” verklaarde een vertegenwoordiger van de sector.
“Onder deze omstandigheden is het onmogelijk om traceerbaarheid en naleving van sanitaire normen voor geëxporteerde producten te garanderen. De Franse tonijnvereniging Orthongel en Europêche roepen de EU daarom op haar standpunt te heroverwegen om een economische, sociale en sanitaire schok voor de sector te voorkomen.”
Het ontwerpakkoord staat de rechten vrije invoer toe van 800 ton tonijn in blik en 5.000 ton tonijnlenden, naast de volledige afschaffing van invoerrechten op tonijnfilets (momenteel 18%) en hele tonijnen (momenteel 24%).
Hoewel de quota voor tonijn in blik niet als significant worden beschouwd, vallen tonijnfilets – bedoeld voor directe consumptie en het segment met de hoogste waarde – niet onder enige volumebeperking.
De Europese vloot, die historisch vooral gericht was op producten in blik, heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in vriesinstallaties aan boord tot -18°C om zich te positioneren in de markt voor tonijnfilets met hoge toegevoegde waarde. Na jaren van audits en technisch werk erkende de Europese Commissie deze invriesmethode van -18°C officieel in november 2025, wat nieuwe kansen voor de sector creëerde.
“Maar slechts enkele maanden later opent zij de markt voor Indonesische producten die niet voldoen aan de eisen die aan Europese exploitanten worden opgelegd, waardoor de concurrentievervalsing verder toeneemt. Deze situatie is onverklaarbaar,” aldus Europêche.
“In een tijd waarin tonijn een geglobaliseerde markt is, roept de afschaffing van invoerrechten voor een land met zulke duidelijke tekortkomingen op het gebied van sanitaire controles en traceerbaarheid legitieme zorgen op over de veiligheid en kwaliteit van producten die aan Europese consumenten worden aangeboden. Voor zover wij weten beschikt Indonesië niet over schepen die tonijn op zee kunnen invriezen bij -18°C.”
De Europese tonijnsector vraagt de Europese Commissie om essentiële beschermingsmaatregelen in te voeren om eerlijke concurrentievoorwaarden te waarborgen. Daarbij wordt onder meer gevraagd om volumebeperkingen door invoerrechten op tonijnfilets opnieuw in te voeren of op zijn minst een tariefcontingent (TRQ) vast te stellen op hetzelfde niveau als voor tonijnlenden, namelijk maximaal 5.000 ton.
Verder staan op het wensenlijstje garanties vergelijkbaar met het MERCOSUR-model, waaronder een specifieke beschermingsclausule voor tonijn die snel geactiveerd kan worden bij stijgende invoer of prijsverstoringen. Ook wil men dat toegang tot de Europese markt afhankelijk wordt gemaakt van naleving van normen, met een clausule die tariefvoordelen kan opschorten bij ernstige tekortkomingen op het gebied van dwangarbeid, IUU-visserij of voedselveiligheid, inclusief verplichte controles en audits. Europêche en Orthongel pleiten daarnaast voor strengere eisen rond traceerbaarheid en controle, met volledige transparantie van de toeleveringsketen, inclusief schepen, verwerkingsfaciliteiten, vangstcertificaten en gegevens over overslag op zee.
De Europese sector uit ook zorgen dat het IAO-Verdrag inzake werk in de visserij (C188), dat noodzakelijk wordt geacht voor gelijke concurrentievoorwaarden voor vissers, niet in de overeenkomst wordt genoemd – terwijl Indonesië wereldwijd de grootste leverancier van vissers is. “De meesten van hen werken aan boord van Aziatische vloten, waar zij onder erbarmelijke omstandigheden werken, zoals gedocumenteerd door rapporten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en andere maatschappelijke organisaties,” verklaarde een vertegenwoordiger van Europêche.